zaterdag 18 oktober 2008

10 geboden voor rockmusici

"Net zo als Mozes de 10 geboden naar de mensen brengt, brengt Henry Owens de Rock Bible naar de muziek fans." Aldus de reclame van Atomic Books voor het boek 'The Rock Bible" van Henry Owens. " This hilarious rulebook is full of dos and don’ts for musicians, wannabe musicians, and rock fans of all ages. "

De volgende 10 geboden staan in het boek:

I. “Do not name your band after another current band’s song or album. Come to think of it, don’t name your band after any song or album. Nobody cares about your ‘good’ taste.”

II. “Turntables are not, nor have they ever been, a musical instrument.”

III. “Using your computer on stage means you’re as likely to be checking your e-mail as you are to be performing music.”

IV. “Never personally master your own recordings unless you really don’t want anyone to listen to them.”

V. “Everybody thinks they’re funny. Most people aren’t, especially soundmen.”

VI. “Few singers are allowed to drape scarves on microphone stands. You are not one of them.”

VII. “Rhythm guitar players should always look like they want to be somewhere else.”

VIII. “Those who figure they will play bass because it has two fewer strings than a guitar and is therefore easier to learn should probably just hold cases that hold guitars and basses.”

IX. “Singers who tell the audience to ‘Give it up for yourselves!’ should be attacked by hyenas.”

X. “Never spend more time on your hair than you would eating a modest-sized meal.”

donderdag 9 oktober 2008

Wonder

Vandaag in de Mosterdfabriek een groot beeldscherm aan de wand gezien met erboven een kleine webcam. Op dezelfde plek zou er in een andere tijd of met een andere lifestyle adviseur een grote spiegel in een verchroomde lijst hangen.

De camera vangt het beeld van de kamer op en geeft het weer via het beeldscherm. We weten hoe complex dit proces is, en ook hoe onvolmaakt en nog lang niet foutloos. De spiegel doet hetzelfde, schijnbaar moeiteloos.

Hoe complex is een spiegel, hoe verbijsterend mysterieus het licht?

Niet het Brandende Braambos, het scheiden van de Schelfzee, of het veranderen van water in wijn is het wonder, maar het vuur, de zee en het drinken van de rode wijn. Niet de opstanding van Lazarus, maar Lazarus zelf is het wonder. Het verhaal van zijn opstanding is de verwondering over zijn bestaan, net zoals het kunstwerk alleen een kunstwerk is als het iets laat zien van het wonder van het bestaan.

The Great Depression

De wereld is voortdurend groter dan je denkt. Er gebeurt iets schokkends en plotseling wordt je gedwongen nieuwe dingen te leren. De meerderheid van ons wist vòòr l9 september 2009 11 september 2001 nauwelijks iets van islam-terrorisme en na de inval in Irak hebben we allemaal het verschil tussen shia en sunni moeten leren kennen.

Nu is er een volgende aardverschuiving aan de gang: de geld-crisis.
Ondanks het feit dat de winkels nog vol goederen liggen, er nog hypotheken verstrekt worden en nieuwe huizen in de Vinex-wijken van Zwolle gebouwd worden, is er een financiële crisis. Spaarders die geld hadden gestoken in Icesave kunnen er niet meer bij. Fortis, dat ABN AMRO al bijna in zijn zak had en daarmee dacht de Tiendaagse Veldtocht te kunnen wreken, is nu zelf verdwenen en voor zover het Nederlandse deel betreft nu een onderdeel van ABN AMRO.

En dat is nog alleen maar Nederland: terwijl wij de ochtendkrant lezen, zittend in de trein met uitzicht op de nevels boven Mastenbroek, doen rampen en geruchten van rampen uit Amerika de beurzen trillen en banken bevriezen.

Huiswerk:

Credit default Swap
Sub prime mortgage
Leverage
Hypotheek derivaat
Warrant

dinsdag 7 oktober 2008

Amerikaanse verkiezingen

Nou, om in ieder geval er niet zomaar aan voorbij te gaan:

De amerikaanse verkiezingen zullen over 4 weken plaats vinden. En, hoewel wij als wereldburgers er niets aan kunnen doen wordt dan toch de machtigste man van de wereld verkozen. Jazeker, ondanks de beurscrisis, instortend consumentenvertrouwen, dubieuze hypotheekconstructies en pitbulls vermomd als hockeymoms door lipstick op te doen, zal de US of A nog steeds de belangrijkste macht op aarde zijn: zowel economisch als militair.

En daarom een link naar een website opgezet door een paar IJslanders (waarschijnlijk als een poging om de komende ramp met hun bank Icesave te ontkennen) waarin iedereen kan stemmen op Barack Obama of John McCain.

Stem, ook al maakt het niet uit, stem, STEM: If the world could vote?

Op het moment dat ik dit blogje publiceer (dinsdag 7 oktober, 21.06 uur Nederlandse tijd) staat de teller als volgt:

John McCain: 12.6% (17136 stemmen)
Barack Obama: 87.4% (119152 stemmen)
Aantal stemmen: 136288
Aantal landen gestemd: 181

Vooral in Afrika zijn er een aantal landen waarin nog niemand gestemd heeft: Somalië bijvoorbeeld, en Kongo. En hoewel de meeste landen in ruime voorkeur voor Obama gestemd hebben, inclusief zijn eigen USA: 82,8% voor, zijn een aantal voormalige USSR landen, zoals Witrusland, en Azerbaidzjan tot op het bot verdeeld: 50% voor beide kandidaten. Dit wordt overigens wat gerelativeerd door het totale aantal van hun stemmers: 8 in Azerbaidzjan en 4 in Witrusland. Burkina Faso, midden in donker Afrika spant de kroon: 2 stemmers, die met al hun macht op John McCain hebben gestemd, 100%! Go, Burkina Faso, Go!

Zo, een beetje troost in duistere tijden, een beetje politieke samenhang temidden van de grenzeloze losgeslagenheid op de beurs, een beetje overleving temidden van de berichten dat één op de vier zoogdieren op uitsterven staat, gebracht voor u door Arminiuzz.

donderdag 2 oktober 2008

10 geboden voor bloggers

Omdat we 10 vingers hebben, is het handig om een aantal belangrijke vuistregels te beperken (of uit te breiden) tot 10. Zo kunnen we het makkelijk onthouden. De 10 geboden of woorden uit het Oude Testament is hiervan bijna een oervoorbeeld, maar er zijn veel navolgers.
Recentelijk heeft de Evangelische Alliantie een lijst van 10 geboden voor webloggers opgesteld. Deze 'ten cyberspace commandments are to be posted online to give bloggers a moral edge in a virtual age', aldus Dr Krish Kandiah van deze Evangelische Alliantie.

Hier volgen ze:

1 You shall not put your blog before your integrity
2 You shall not make an idol of your blog
3 You shall not misuse your screen name by using your anonymity to sin
4 Remember the Sabbath day by taking one day off a week from your blog
5 Honour your fellow-bloggers above yourselves and do not give undue significance to their mistakes
6 You shall not murder someone else's honour, reputation or feelings
7 You shall not use the web to commit or permit adultery in your mind
8 You shall not steal another person's content
9 You shall not give false testimony against your fellow-blogger
10 You shall not covet your neighbour's blog ranking. Be content with your own content

Een aantal zinnige regels voor zelfbeheersing en integriteit van de blogger. Let wel: het zijn aanwijzingen, geen geboden in de strikt juridische zin. Ook de oude 10 geboden uit Exodus of Deuteronomium zijn geen geboden maar woorden. Er staat niet 'Gij zult niet... ' maar 'Niet ...' in de zin van 'dat doe je niet'. Het woord 'zult' staat er niet. Het gaat er ook niet om dat je deze regels volgt om dat de Here der heerscharen dat wil en je gestraft zult worden als je ze niet opvolgt, maar omdat het gewoon goed voor je is om je leven volgens een aantal zinnige regels in te richten. In deze zin zijn de weblogger regels van de Evangelische Alliantie een beetje verkeerd vertaald met 'you shal not..'

De meest interessante van de weblogger regels is wel regel nummero 10: je zult niet begeren de ranking van jouw buurman's blog, wees content met je eigen content. Dit is waarschijnlijk iets anders dan nummer 8, waarin verboden wordt iemands content te stelen. Het gaat dus in 10 om een gemoedstoestand: wees tevreden met wat je hebt. Ook in de bijbelse 10 geboden is dit misschien niet de meest belangrijkste, maar wel een intrigerende. Waarom zou je tevreden moeten zijn met wat je hebt? Zo verander je de wereld toch niet? Met zo'n houding had David Goliath niet verslagen (zie mijn vorige blogje over 'In the Valley of Elah') en hadden we ook nooit de optiebeurs uitgevonden, of de weblog, of het alfabet, om maar een paar zegeningen van onze cultuur te benoemen.
Ik weet het antwoord ook niet: 'je zult niet begeren' is iets wat je zo nu en dan tegen jezelf moet zeggen als je beheerst wordt door jaloezie, omdat iemand anders het beter lijkt te hebben: mooier huis, betere baan, snellere auto, intelligentere kinderen, mooiere vrouw... Het is een zelfreiniging, nodig om even uit de ratrace te stappen. Maar zonder ratrace geen westerse cultuur, en, laten we ons dat wel realiseren, deze cultuur bestaat niet alleen uit dingen, uit materialiteit: onze nieuwsgierigheid en veranderdrift heeft er toe geleid dat we in een cultuur leven waar we een verbijsterende hoeveelheid kennis en inzicht en wijsheid voortdurend bij de hand hebben: in boeken, op het internet, in universiteiten. Waar je vroeger maanden voor moest reizen, of waarvan je dacht dat het verloren gegaan was (dialogen van Plato, teksten van Homerus, delen van het Oude Testament, woorden van Gautama Boeddha), zijn nu binnen ieders handbereik. Dat is iets om trots op te zijn en te koesteren. Dat levert de mogelijkheid voor een permanente conversatie in onze cultuur met heel veel andere stemmen op. Deze veelstemmigheid is het hart van onze cultuur en mag je nooit bagatelliseren.

En ondanks dat dit mede dankzij de westerse ratrace, de motor van de jaloezie, tot stand is gekomen kun je tegen jezelf zeggen, dat je niet permanent hoeft te begeren, dat zegt het 10e woord.

Rust, gelukkig

dinsdag 23 september 2008

In the Valley of Elah

'In the Valley of Elah', onbegrijpelijke titel, deprimerende gezichten en een trailer met beelden die armoedig aan doen. De mensen zijn moe en verdrietig, de omgeving is kaal en koud. Waarom zou je deze film moeten zien, is er al niet genoeg ellende?

'The happy man only feels at ease because the unhappy bear their burdens in silence, and without that silence happiness would be impossible', zegt Anton Chekhov in een van zijn verhalen. 'There ought to be behind the door of every happy, contented man some one standing with a hammer continually reminding him with a tap that there are unhappy people; that however happy he may be, life will show him her laws sooner or later, trouble will come for him—disease, poverty, losses, and no one will see or hear, just as now he neither sees nor hears others.'

Het leven heeft wetten, hoe gelukkig iemand ook moge zijn, het leven zal hem die wetten vroeg of laat laten zien, en dan zal er net als nu ook niemand zijn die zijn verdriet zal horen. Aldus Chekhov. Kunstenaars en schrijvers, zegt Charles Simic in zijn artikel in de New York Review of Books over de nieuwe novelle van Philip Roth, zijn de mensen die de gelukkige onwetenden zo nu en dan met hun hamer slaan en hen herinneren aan de wetten van het leven, aan het verdriet, de armoede en het verlies, dat onvermijdelijk langs gaat komen.

'In de Valley of Elah' is zo'n hamer. En deze hamer slaat keer op keer stevig op de toeschouwer in. Het verhaal, ik zal proberen de clou niet weg te geven en ook niets over de afloop te zeggen, gaat over de verwerking van de oorlog in Irak door de soldaten die er in vechten en hun dierbaren in de USA. Het gaat over de psychologische ontreddering van de jonge soldaten, over hun morele dilemma's: Thuis hebben ze geleerd dat je niet mag doden en op het slagveld moet je doden. En dat kan niet anders dan innerlijke botsingen en angsten opleveren: angst voor zelfbehoud en de angst voor de eigen agressie. Daar moeten ze een plek voor vinden en waarschijnlijk gebeurd dat ook wel in het Amerikaanse leger, net zoals de Nederlandse soldaten bij terugkeer van Afghanistan op een eiland in de Middellandse Zee een programma krijgen om de gebeurtenissen en hun emoties een plaats te geven.

De ouders van zo'n soldaat wachten in de film op de terugkeer van hun zoon. Maar die blijkt na aankomst op Amerikaase bodem verdwenen te zijn. De vader, ijzersterk gespeeld door Tommy Lee Jones, laat het er niet bij zitten en probeert zijn zoon terug te vinden. Hij is zelf vroeger in dienst geweest en weet dus wel iets over de de gewoonten in het leger. Hij wordt ondersteund door een politieagente, gespeeld door Charlize Theron.

Hij vindt al snel het mobieltje van zijn zoon, beschadigd, maar een techneut kan er wel een aantal video's afhalen die blijkbaar in Irak zijn gemaakt. Deze films, in flarden, maar in sommige delen goed zicht- en hoorbaar, laten vermoedens van gebeurtenissen zien, rafels van werkelijkheid. Die voor de vader soms wel en soms niet iets proberen te zeggen over wat er daar, in de oorlogszone, gebeurd is. Het verhaal ontwikkelt zich als een detective: samen met de politieagente worden er aanwijzingen over de zoon gevonden, mensen ondervraagd, doodlopende stegen ingegaan en meer en meer een coherent verhaal gemaakt over de verdwijning van de zoon. Ik zal daar niet verder op ingaan, want het is een goed en spannend verhaal, dat het waard is zichzelf te laten vertellen.

Ik was dus onder de indruk van de film, maar ook was ik geïntrigeerd door de titel. Tommy Lee Jones is op een avond voor de maaltijd uitgenodigd door Charlize Theron, de politieagente die tevens een alleenstaande moeder is. Bij het aan tafel gaan vouwt hij zijn handen in gebed, iets wat Charlize niet doet. Het zoontje, klaarblijkelijk gefascineerd door het onbekende ritueel, doet hem na. In de volgende scène wordt het zoontje naar bed gebracht en wordt Tommy Lee Jones gevraagd hem voor te lezen. Het voorleesboek wordt door hem als onbegrijpelijk aan de kant gelegd. In plaats daarvan verteld hij een verhaal. Hij begint met de jongen te vragen of hij weet waar diens naam, David, vandaan komt. De jongen weet dat niet, iets wat Tommy Lee Jones wel had gedacht. Daarop vertelt hij hem het verhaal van koning David uit de bijbel, uit 1 Samuel 17.

Heel in het kort vertelt hij dat de Israëlitische en de Filistijnse legers tegenover elkaar lagen, met tussen hen in de Valley of Elah, het Eikendal. Elke dag komt er een reus, Goliath, uit het Filistijnse kamp en beledigd met groffe taal de Israëlieten. Die zijn doodsbang en durven hem niet uit te dagen. Dan komt er een jonge herdersjongen, David, en zegt tegen de Israëlitische koning Saul, dat hij de reus wel zal verslaan. Hij krijgt vervolgens de wapenuitrusting des konings omgehangen, maar die legt hij snel weer af: veel te zwaar en te onhandig. Hij zoekt een paar gladde stenen voor zijn slinger, loopt op de schreeuwende reus af en gooit hem goed getimed een steen tegen zijn voorhoofd. Hij valt neer op de grond en met diens eigen reusachtige zwaard onthooft David hem.

Tommy Lee Jones legt in zijn verhaal vooral de nadruk op de moed van David. De jongen vraagt aan de man of David niet bang is geweest en hij vertelt dat koning David natuurlijk bang is geweest. Maar hij was ook moedig. Hij had zijn moed vooral nodig om te wachten totdat de vreselijke reus dichtbij genoeg was om hem dodelijk te treffen. De jongen vraagt aan Tommy Lee Jones of hij wel eens reuzen moet bevechten. 'Jazeker', is het antwoord, 'all the time'. Moed is geen garantie dat je de reus zult vellen, maar het is het enige dat je hebt.

Het tastbare resultaat is, dat het jongetje David de deur van zijn slaapkamer 's nachts op een kier durft te laten staan, in plaats van helemaal op te laten. Dat gebeurt trouwens in een meesterlijk driehoeksspel tussen de jongen, de man en de moeder. De jongen trekt zich op aan het oorlogsverhaal uit het verre verleden, uit de moed van een jonge naamgenoot.

De boeken van Samuel, waarin het verhaal over de reus Goliath voorkomt, zijn nogal oud. De teksten stammen uit ongeveer 2800 jaar geleden en gaan over een periode die misschien 100 a 200 jaar ouder is. De relaties tussen mensen onderling en tussen God en mensen is diep psychologisch doorvoelt. Het is bijzonder indrukwekkend om te zien hoe David zich bijvoorbeeld ontwikkelt van een jonge, dappere, maar ook op geld beluste herdersjongen (die als eerste zin de vraag 'wat schuift het?' in de mond neemt, als hij vraagt naar de beloning voor het ombrengen van de reus) naar een oude, luie, op sex beluste man, die zonder al te veel wroeging de man van zijn vriendin laat ombrengen.

Wat verontrustend is in deze verhalen, is dat er niet, zoals in de bijbelse verhalen die later opgeschreven zijn, een causaal verband bestaat tussen vroomheid en Gods zegen of slechtheid en veel ongeluk. Nog later in de bijbelse geschiedenis wordt deze automatische verbinding bekritiseerd door het boek Job, dat vertelt dat ook goede mensen een ellendig leven kunnen lijden. Maar in de boeken van Samuel wordt er nauwelijks een poging gedaan om politiek correct te handelen. Saul bijvoorbeeld, de voorganger van David als koning van de Joden, weigert een tegenstander om te brengen en daardoor wordt hij uiteindelijk van zijn koningschap berooft. David, die op veel terreinen een nog minder lievertje is dan Saul, wordt een nageslacht beloofd dat zijn koningschap zal blijven erven. Dus geen verband, of in ieder geval geen duidelijk inzichtelijk verband tussen moreel gedrag en een gezegend leven.

David's geloof, zoals dat hier en daar in de boeken van Samuel beschreven wordt, heeft minder met moraliteit en meer met moed van doen dan de latere bijbelboeken willen doen geloven: er is een grote ambivalentie in menselijke zaken, maar ook in de beelden die de mensen van God hebben, een God die wat lijkt te experimenteren en die zonder enig bezwaar bereid is om een experiment (Saul als koning) te beëindigen en te vervangen door een nieuw experiment (David als koning).

Wat levert deze bijbelse connexie op voor de betekenis van de film? De angst van de jonge David wordt bestreden door het voorbeeld van de dappere koning David uit de bijbel. Het lijkt erop dat de oudere man, Tommy Lee Jones, de vader van de verdwenen Amerikaanse Irak-soldaat, ook iets aan het verhaal heeft. Misschien wel dezelfde angst-bestrijding. Misschien dat oorlog in al die eeuwen niet echt van karakter veranderd is, en dat het nog steeds gaat over het bestrijden van reuzen en uiteindelijk van je eigen angst. Maar ook dat er geen duidelijke oplossing is voor de morele problemen die zo'n oorlog oproept. De film eindigt namelijk niet met een duidelijke conclusie of met een simplistische hoop. En dat is in ieder geval een verrassende overeenkomst tussen het min of meer amorele bijbelse David-verhaal en deze film.

maandag 22 september 2008

Ramshoorns & rode vlaggen

In de Moby Dick, schrijft Herman Melville over oneindigheden die door de zee verbeeld worden en over de miserabele mens die bang is voor deze oneindigheden:

“Glimpses do ye seem to see of that mortally intolerable truth; that all deep, earnest thinking is but the intrepid effort of the soul to keep the open independence of her sea; while the wildest winds of heaven and earth conspire to cast her on the treacherous, slavish shore? But as in landlessness alone resides the highest truth, shoreless, indefinite as God – so, better is it to perish in that howling infinite, than be ingloriously dashed upon the lee, even if that were safety!”
Pagina 89, The Lee Shore.


Een paar weken geleden vond er een merkwaardige gebeurtenis plaats op de IJsselbrug te Kampen. Bij het fietsen over de IJsselkade in de richting van de brug konden voorbijgangers een trompet of ander krachtig blaasinstrument horen blazen vanaf de overkant van de rivier. Op de brug naar IJsselmuiden en het NS station was de bron van dit geluid te zien: een paar dames van middelbare leeftijd, zeker niet trendy te noemen, stonden op één van de voetgangersplateaus op het midden van de brug. De ene had een grote rode vlag in de hand en de andere een hoorn van één of ander beest. De hoorn bracht het trompetachtige geluid voort. De dames bleven zeker hier een kwartier lang staan, het begin en einde gemarkeerd door het getoeter, onderwijl voortdurend zwaaiend met de rode vlag. Zowel de vlag als het getoeter was duidelijk gericht naar Kampen.
Helaas heb ik hen niet gevraagd naar hun redenen, omdat ik een trein moest halen. Maar omdat die vanwege een kapot treinstel niet kwam, kon ik hen vanaf het NS station het hele kwartier lang waarnemen.

Bij navraag, bleken deze dames vaker gezien te zijn op de brug, maar ik kon er op internet niets van vinden. Geen artikel in de plaatselijke Stentor, of in ieder geval niet voor zover ik kon vinden.
Wel komt het getoeter op een dieren-hoorn en zwaaien met een rode vlag vaker gezamenlijk voor: In de Stentor van 7 juni 2006 staat een artikel over rode vlaggen en ramshoorns in Oldebroek, een plaatsje een kilometer of 15 van Kampen verwijderd. Het artikel gaat over een kerkgenootschap aldaar dat de datum van 6-6-2006 aangrijpt om de samenleving te beschermen tegen het getal van het beest, 666. In deze datum komt het beest tot uiting, een beest dat zich overal in de samenleving op andere manier laat zien:

’God geeft ons het inzicht dat het nodig is om te bidden tegen de uitbreiding van de invloedssfeer van Satan’, legt een kerkganger uit. Het aanroepen van God is volgens haar dringend nodig, ‘want de invloed van de duisternis in onze samenleving is al groot. Denk alleen maar eens aan Pokémon en Harry Potter, of computerspellen met seks en geweld. Pas nog de oprichting van een pedofielenpartij, dat is toch van de gekke. Dat komt allemaal door de duisternis’.

En de manier om het beest, de satan, te bestrijden is het gebed, maar ook het blazen op een ramshoorn en het zwaaien met vlaggen: met rode vlaggen die het bloed van Christus symboliseren, maar ook met goudkleurige vlaggen, verwijzend naar de ‘heerlijkheid van God’. Het blazen op de ramshoorn is bedoeld om de duisternis te verdrijven. Deze hoorn, in de joodse traditie sjofar genoemd, wordt blijkbaar de laatste tijd ook in sommige christelijke kerken gebruikt, gezien de wikipedia-pagina sjofar:

‘Toch is de shofar geen exclusief Joods ritueel instrument meer. Vandaag de dag is de shofar ook terug te vinden in verschillende christelijke kerken. Het is o.a. een zeer krachtige ondersteuning tijdens aanbiddingssamenkomsten’.

Mijn vermoeden is nu dan ook, dat leden van deze kerk of een soortgelijke kerk, zo nu en dan op de brug gaan staan, tegenover Kampen, en proberen een soort van reinigingsritueel over de oude Hanzestad uit te voeren. Ongeveer zoals Jozua bij Jericho de ramshoorns gebruikte:

“2 De HEER zei tegen Jozua: ‘Ik lever Jericho met zijn koning en al zijn dappere helden aan je uit. 3 Jullie moeten om de stad trekken; alle weerbare mannen moeten eenmaal om de stad gaan, en dat zes dagen achter elkaar. 4 Er moeten zeven priesters met zeven ramshoorns voor de ark van het verbond uit gaan. Maar op de zevende dag moeten jullie zevenmaal om de stad trekken. De priesters moeten op de ramshoorns blazen, 5 en als het volk die hoort klinken moet het uitbarsten in luid geschreeuw. De muur van de stad zal dan instorten en iedereen zal de stad binnenklimmen vanaf de plaats waar hij zich bevindt.’”
(Joz 6: 2-5)

Volgens Paul Moyaert is godsdienst niet te begrijpen zonder een symboolgevoelig perspectief. Godsdienst, zo zegt hij in ‘Iconen en beeldverering’, is een symbolische praktijk. Er zijn twee manieren om symbolen en de menselijke zin voor symbolen te begrijpen. De eerste noemt hij de intellectualistische symbooltheorie en de andere de expressivistische symbooltheorie.
De intellectualistische symbooltheorie stelt in het algemeen, dat symbolen en symboolhandelingen, zoals het bovenstaande zwaaien van de vlag en blazen op de ramshoorn, eigenlijk een manipulatie is, gebaseerd op een verstandelijk weinig ontwikkelde kosmologie. In gewoon Nederlands: een symboolhandeling is een manipulatie van de werkelijkheid gebaseerd op een slecht of verkeerd begrip van die werkelijkheid. Symboolgevoeligheid is dus een mindere vorm van rationeel bewustzijn.
Hoe graag ik deze theorie ook los zou willen laten op de rituelen op de IJsselbrug, toch bevredigt dit niet geheel. Want hoewel er duidelijk symboolhandelingen zijn, zoals het bezweren van de goede stad Kampen met een rode vlag van Christus’ bloed en het verdrijven van de duisternis door het blazen op de ramshoorn, die getuigen van een mindere vorm van rationeel bewustzijn, er zijn ook rituelen en symbolen die wel degelijk ingrijpen in de werkelijkheid. Ik vermoed dat het nooit te bewijzen is of het IJsselbrug-ritueel effect heeft of zal hebben, een goed gebaar op zijn tijd, een handdruk, een omhelzing, een kus, een opgeheven middelvinger, een gebalde vuist, heeft wel degelijk effect op andere mensen en kan onmogelijk weggeredeneerd worden als een mindere vorm van rationeel bewustzijn.

De expressivistische symbooltheorie staat lijnrecht tegenover de intellectualistische. Symbolen en symboolhandelingen worden hier opgevat als een onherleidbare typisch menselijke vormgeving van betekenissen, voortkomend uit een grondvorm van de menselijke geest en niet iets voorbijgaands, bijvoorbeeld doordat de wetenschap zich ver genoeg ontwikkeld heeft om symbolen voor onzinnig te verklaren.

Een mooi voorbeeld om dit te illustreren is de astrologie. Astrologie is het gebruik om bepaalde menselijke karaktereigenschappen te verklaren vanuit de stand van de sterren en planeten ten tijde van de geboorte van de betreffende mens. Ik heb dit altijd als onzin en volksverlakkerij beschouwd. Vooral de wetenschap dat deze astrologie voortkomt uit een verouderde middeleeuwse kosmologie met Neo-platoonse trekken maakte mij helemaal overtuigd van de onzin en mensen die er in geloofden beoordeelde ik als een minder rationeel soort dan mijn eigen soort, zal ik maar zeggen. Ik ben echter in de laatste tijd wel wat minder overtuigd geraakt van dit heldere, maar harde oordeel. Het is niet dat ik de kosmologie van de astrologie nu plotseling wel acceptabel vindt: de planeten en sterren kunnen nog steeds geen enkele invloed op ons ondermaanse bestaan uitoefenen en de keten van causale verbanden die het firmament via de planeten op de samenstelling van de vier elementen op aarde uitoefent is nergens aan te tonen.
Waar ik door geraakt ben is niet zozeer de wederopstanding van de betoverde wereld (die in astrologie, of in de bezweringsrituelen van de dames op de IJsselbrug naar voren komt), maar de enorme onwetendheid van ons mensen. Wij weten ondanks deeltjes versnellers, atomair koken en supertelescopen nog steeds heel erg weinig. Dokters hanteren ondanks hun enorm toegenomen kennis nog steeds de trial-and-error methode, psychologen hanteren tastend hun persoonlijkheidscategorieën en ook de natuurwetenschappen weten vooral dat ze maar heel weinig weten. Ons past bescheidenheid in het licht van deze enorme zee van onkunde. En dat betekent niet dat we nu meteen astrologie moeten accepteren als vaststaande wetenschap. Maar wel dat we bepaalde astrologische begrippen kunnen gebruiken als manieren om ons karakter te beschrijven. Het is om het even of we de Jungiaanse categorieën gebruiken voor ons karakter (extravert, introvert), of dat we zeggen dat we een weegschaal zijn, of een leeuw. Gebruik wat werkt, zou ik zeggen. Ook al weten we dat de kosmologie erachter niet klopt. Of beter nog: omdat we weten dat de kosmologie van de vier elementen die door de hemellichamen beïnvloed wordt niet klopt, kunnen we de astrologische termen gebruiken als een grid, als kartografische elementen, om iets over ons verder ongrijpbare karakter te zeggen.

Ook bezwering van een stadje door het zwaaien van een vlag en het blazen op een sjofar zou je zo kunnen zien: we weten dat deze rituelen niets uithalen in de fysieke werkelijkheid. Maar we weten ook dat onze verwetenschappelijkte samenleving arm aan betekenis is. Met kunst en sportfestijnen proberen we die armoede op te vullen. En ongrijpbaar, onder de waarnemingshorizon door, zien we allerlei zaken die we al een paar eeuwen weggegooid hadden, zaken van de betoverde wereld, als het ware door de kieren van onze wereld heen terugkeren. Het lijkt wel of we in sprookjeswereld zijn, als we horen praten over het blazen van een ramshoorn tegen het getal 666, of het reinigen van de zonde van een stad door het zwaaien met een rode vlag. Of boekverbrandingen en rassenzuivering door de Nazis. En tegelijk weten we dat de mensen die dit doen met moderne techniek kunnen werken en weten van oorzaak en gevolg. De manier om hier mee om te gaan is ons te realiseren dat we maar heel weinig over onszelf, over de wereld en over God weten. De dames op de brug laten iets zien over wat er gebeurt als de intellectualistische symbooltheorie en het intellectualistische wereldbeeld gaat overheersen: dan grijpen mensen terug op iets irrationalistisch, als een dogma. Wij kunnen eigenlijk niet terug naar het poreuze ik waar de grenzen tussen onszelf en onze wereld niet zo helder liggen. Maar een wereld waarin schoonheid en lelijkheid helemaal een privézaak is, roept allerlei irrationele krachten naar boven. De dames op de brug zijn onschuldig wat dat betreft. De Nationaal-socialistische waanzin is een minder onschuldige vorm van deze irrationele krachten.

Ik weet niet goed hoe, maar ik pleit sterk voor bescheidenheid in onze omgang met onze wereld, met elkaar en met onszelf. Wij weten maar heel erg weinig.

“Glimpses do ye seem to see of that mortally intolerable truth; that all deep, earnest thinking is but the intrepid effort of the soul to keep the open independence of her sea; while the wildest winds of heaven and earth conspire to cast her on the treacherous, slavish shore?
But as in landlessness alone resides the highest truth, shoreless, indefinite as God – so, better is it to perish in that howling infinite, than be ingloriously dashed upon the lee, even if that were safety!”